eductatief wijndomein Maastricht
Aan de inhoud van deze pagina wordt nog gewerkt.

Het proeven van wijn.
Voorwaarden : de mentale sfeer
verkoudheid
wat er voor genuttigd
kennis van wijnen
Het belangrijkste is het bovenste deel van de neusholte om aroma´s van vluchtige stoffen waar te nemen zoals esters en aldehyden.Via reukzintuigcellen gaan impulsen naar het reukcentrum op de cortex.
Het reukcentrum ligt vlak bij het geheugen en associaties met eerder geproefde stoffen worden herinnerd.
Bij smaak zijn er slechts vier sensaties via de papillen op de tong mogelijk,eventueel een mix van de vier:zoet,zuur,zout en bitter door de draadvormige-,paddestoelvormige en omwalde papillen.
Alcohol in de wijn verstoort het subtiele evenwicht tussen herinnering en analyse van de geur en smaak en is het beter de wijn te proeven en dan te ejecteren.
Organoleptisch proeven / degusteren :
KLEUR / ROBE: is de kleur aan de rand van het schuine glas tegen een witte achtergrond helder?: purperrood voor jonge rode wijn of steenrood voor rijpe ouderdom.Grote wijnen tonen diepe krachtige kleur.
Is een witte wijn glashelder of ziet men een jeugdige groene schijn van de chlorofyl of is die goud?
TERMEN: Beslagen--niet compleet helder
Bewolkt--idem
Briljant--helder flonkerend
Gemaderiseerd--bruinachtig bij oude witte wijn door oxidatie en dit is negatief
Gris—kleur van zeer lichte roséwijnen / bijna wit
Oeuil de perdix—patrijsoog als helder,flonkerend rood tussen rood en rosé in
Pale—kleur van zeer lichte sherry
pelure d´oignon—uienschil als bruinroze van b.v.oudere roséwijnen
robe—kleed / kleur
ruby—robijnrood van heldere jonge Port
tawny—taankleurig bruinrood geworden rode Port
Intensiteit :kleurstof uit druivenschillen:gematigd,middelmatig,duidelijk,vlot,intens,diep
Helderheid:afhankelijk van zwevende deeltjes (gistcellenen/of wijnsteenzuurkristallen), fonkelend ,kristalhelder ,troebel, stoffig,dof.
Viscositeit :dikte vloeibaarheids graad,stroperigheid,tranen en benen van de wijn is lobbig of waterig afhankelijk van de
water—alcoholsamenstelling
GEUR /le NEZ / BOUQUET :
het bouquet zegt bijna alles over de wijn en de eerste indruk is de belangrijkste.Is er een echte nuance? Geuren er verse druiven of is er op fles een complex bouquet ontwikkeld?
Is er vast te stellen van welk ras de wijn is gemaakt?
Eerst ruiken met gesloten spiegel,dan walsen en ruiken met korte hoge snuifjes en afwisselend lang.
Na een paar minuten herhalen en de indrukken verwerken om te analyseren
Primaire geuren:fruitgeuren—floraal—bloemen,fruit,exotisch fruit,noten,gekonfijte vruchten
Vegetaal—gras,groenten en hout
Animaal—dierlijke geur van transpiratie,stallucht tot kattenpis
Secundaire geuren:door gistingstechnieken :chemisch :rubber,plastic,nagellak,zwavel
Tertiaire geuren:ontstaan tijdens lagering op fles of fust—Groene geuren bij fruitige wijnen
--Weeïge geuren bij ontwikkelde wijnen
-- Etherische geuren zoals toast,karamel hars,koffie,leer,
tabak,bitumen
SMAAKSENSATIE:
Intens:uitbundig, ingetogen,meer in balans
Volume :concentratie van de vloeistof
Rijp : warm,vol en zacht
Zacht : romig,zoet,vet,log,alcoholisch
Strak :Knisperend,zuur,bitter,zout,droog
Fris : jong,groen,licht
TERMEN :
Aroma—kruidige geur bij zwaardere wijnen
Astrigent—tekort aan suiker en hoge zuren
Blumig—florale geuren bv.Riesling
Bouquet—subtiele vluchtige geur die kwaliteitswijn op fles ontwikkelt door rijping
Complex—combinatie van bloemen- en vruchtengeuren
Fruitig—geur van rijp fruit bij jonge kwaliteitswijnen
Geparfumeerd—zware geur zoals bv. Bij Duitse,Elzas en CdNuits
Kruidig—lijkt op kruiden en specerijen bv.CdRhône,Muscat,Gew.traminer
Kurk—muffe geur door infectie in de kurk
Zwavelig—scherpe geur bij bv.goedkope simpele wijnen met zoet en is na 20 minuten verdwenen/=neg.
SMAAK :
la BOUCHE De smaak bevestigt de reukindrukken.Neem een stevige slok en rol die door de gehele mond.Nu merk je de body en/of de viscositeit.
Is de wijn genereus of mager,wrang door tannines,krachteloos en vlak of evenwichtig van zuurgraad (=aanzet door eerste 2 seconden tongcontact voor de zuur-zoet balans)
Karakter (=structuur):laat de lucht binnen de mond via slurpjes en de vluchtige aroma´s stijgen in de neusholte.
Bij de afdronk blijven na doorslikken / ejecteren een lange/korte smaak achter?(=aromatische lengte)
TERMEN : afdronk—nasmaak
Belegen—rijpe harmonische smaak bij oude wijn
Body—krachtige smaak met veel vaste stoffen en hoog alcohol
Brut—onbewerkt en droge champagne,weinig zoet,dry
Cassé—gebroken en doorgeslagen,ouderdom en overleden wijn die waterig is
Corps—zie body
Coup de fusil—geweerschot,bittere nasmaak
Demisec—halfdroog
Eerlijk—wijn zoals die is,geen kunstgrepen,zonder anreichern
Elegant—sierlijk,niet stroef,niet koppig,harmonieus
Finesse—mooie verfijning
Fluwelig—zacht strelende smaak
Foxy—vosachtig,wilde en onafgewerkte smaak bv.O.Europese en VS.-hybriden
Fraîcheur—frisheid en frisse smaak van jonge wijnen door het zuurgehalte
Fruitig—vers fruit bij jonge wijn,jonge stokken en druivensmaak
Gecorseerd—zie body en corps
Genereus—veel alcohol maar in harmonie met corps
Glad—alle eigenschappen samen tot harmonieus geheel
Hard—te hoog zuurgehalte
Harmonisch—eenheid van alle bestanddelen:bouquet-alcohol-zuren-smaak etc.
Herb—wrang door hoog zuur bij droge wijnen
Koppig—door zuur+alcohol (zoet en CO2) snel naar het hoofd stijgend
Licht—aangename lichte smaak zonder slap / dun te zijn
Liefelijk—licht,smakelijk,laag alcohol
Liquoreux—zeer zoet
Moelleux—mergachtig,zachte en zoete smaak i.t.t.fris en droog
Mollig—zacht tot zoet
Olieachtig—glycerinegehalte hoog,tranen+benen aan glas,stevige indruk op smaak
Onctueux—idem
Plat—te laag zuur
Rassig—Duitse term voor cépage herkenning in de wijn
Robuust—krachtig,stevig jong
Rond—zie glad
Rijp—hoogste graad van wijnontwikkeling
Sappig—in de mond sensatie van rijp fruit
Scherp—te hoog zuur
Schraal—te laag aan glycerine
Soepel—zacht maar hoeft niet zoet te zijn
Spritzig—prikkelend door licht CO2,pétillant door nagisting op fles
Staartje—na doorslikken blijft wijn lang in de mond
Stahlig—staal,krachtig,robuust
Stroef—door te hoog looizuur
Terroir—grond,steen en aarde in de smaak
Vlezig—veel body /corps en te weinig alcohol
Vol—mond vullende wijn
SPAN style="FONT-SIZE: 9pt"> Vurig—hoog alcohol
Vuursteensmaak—bittere nasmaak
Vulkaantje—lichte bittere nasmaak van vulkanische terroirs
Wrang—hoog looizuur bij jonge rode wijnen,na rijping ronder
Zacht—laag in looizuur
Zwaar—vele vaste stoffen (hoog alcohol)
Pomerol-truffels Meursault-hazelnoten Corton Charlemagne-kaneel Vosne Romanée-viooltjes+kersen
St.-Emilion-vuursteen Morgon-kersen+amandelen Bourgeuil-frambozen Moezelwijnen-reseda+meidoorn
Fino Sherry-amandelen Manzanilla Sherry-kamillen
N.B:
C d BEAUNE
Alox Corton = zuidelijke helling = rood
Alox Charlemagne = westelijke helling = wit
_________________________________________

PROEF WIJN
WIT RIESLING **** ROOD GEVREY CHAMBERTIN
MACON VILLAGE POMEROL ****
POUILLY FUMÉ CORBIÈRES
PESSAC LÉOGNAN ST.JOSEPH
Bleekgeel dieprode kleur granaat / robijn
Helder helder
Spiegel glanzend spiegel glanzend
Viscositeit vloeiend/onderhoud glas kleurschakering bij schuin glas=evolutie/ouderdom
Na walsen intens,minerale leisteen voor walsen licht gesloten / fruitig
Zuiverheid/afwijking meteen benoemen na walsen : donker fruit,rode bessen
Petroleum,florale geur,ananas,peer,litchi bouquet : merlot
SMAAK: SMAAK:
Aanzet =1e mondcontact met zoet-zuur as aanzet:gesloten fruitig:droog fruit/houtig/kruidig
STRUCTUUR: evolutie STRUCTUUR:lichte tannines zoals vlezig-stevig-
gevinifieerd,restsuikers,zoet stug-koppig-vlot-soepel-zacht
Droog - - 2 gr.restsuiker / ltr. Complexe aroma´s zoals bessen
gr. Bestaat niet doordat in druif AFDRONK:lang de mond=structuur
=aroma's
een aantal onvergiste cellen zitten b.v. cilose lageren / drinken mogelijk
nasmaak / bijsmaak
wrang door looistoffen en zuren tot bitter toe
Tannine=puntig wanneer het een korte looistofstructuur bezit van 4 sec.
Zacht - - - lange - - - - -
Looistof sluit de smaakpapillen af
Wijn omschrijven en niet beoordelen.Dat is geen proeven.


Copyright © 2010 - Michel Saive - www.michelsaive.com